Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2025 VV - 20260603

Wat heeft het gekost

Wat mag het kosten?

Exploitatie

(bedragen x € 1 mln.)

Het saldo van baten en lasten na bestemming voor het programma Watersystemen is € 62,1 miljoen. Dit is € 2,7 miljoen minder dan in de gewijzigde begroting van 2025.

De belangrijkste wijzigingen op de lasten zijn:

  • Door het droge jaar hebben de pompen van de gemalen in 2025 minder elektriciteit verbruikt (voordeel € 0,7 miljoen). Dit is ten tijde van de 2e begrotingswijziging niet bijgesteld, omdat op dat moment nog niet inzichtelijk was hoe het weer zich zou ontwikkelen in het laatste kwartaal.
  • Er is een voordeel ontstaan bij het maaien van € 0,3 miljoen. Deels doordat het een droog jaar is geweest (voordeel € 0,1 miljoen), maar ook doordat er in het eerste kwartaal van 2025 nog geen gedragscode was en daardoor geen werk uitgevoerd kon worden. Verwachtingen waren dat dit werk ingehaald kon worden, maar wegens gebrek aan capaciteit bij de aannemer is dit niet volledig gelukt (voordeel € 0,2 miljoen).
  • Om herstelwerkzaamheden aan Gemaal Putten uit te voeren is in 2025 het vervolgonderhoudsbudget opgehoogd. Vanwege vertraging in het vergunningenproces en omdat het niet is toegestaan te werken in het stormseizoen, wordt het herstel op zijn vroegst uitgevoerd in 2026. Daarom stellen we voor dit budget over te hevelen naar 2026 (voordeel € 0,4 miljoen).
  • Door vertraging in de levering van materialen en uitval van personeel is er minder preventief onderhoud uitgevoerd aan de kunstwerken (voordeel € 0,3 miljoen).
  • Voor het opstellen van een vlekkenkaart op basis van eDNA-onderzoek en biotoopanalyse zijn wegens inkooptechnische knelpunten bij de opdrachtnemer geen prestaties geleverd in 2025. Gevraagd wordt om het niet-benutte bedrag over te hevelen naar 2026 (voordeel € 0,2 miljoen).
  • Door seizoensgebonden werkzaamheden en de afhankelijkheid van een externe partij konden de werkzaamheden rondom de monitoring van de waterkwaliteit niet volledig worden afgerond in 2025. De afwikkeling vindt plaats in 2026 (voordeel € 0,5 miljoen).
  • Het resultaat van het totale baggerprogramma is € 0,2 miljoen voordelig. Binnen de landelijke en stedelijke opgave is er meer uitgegeven aan maatregelen als gevolg van de implementatie van de gedragscode bestendig beheer en onderhoud en omgang met chloride houdende bagger. Binnen de landelijke projecten is er meer gerealiseerd. Binnen de relatief dure stedelijke, groot water en in-/uitlaatsystemen opgave is wat minder gerealiseerd (voordeel € 0,2 miljoen). Dit resulteert in een lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve Baggeren.
  • Op basis van historische afspraken transporteert Evides Industriewater voor waterschap Hollandse Delta zoet water uit het Brielse Meer naar de polder Rozenburg. Evides heeft ons verzocht bij te dragen aan de kosten van levering. Er is nog geen overeenstemming bereikt over de hoogte van een onverplichte bijdrage vanuit waterschap Hollandse Delta (voordeel € 0,1 miljoen).
  • Werkzaamheden voor het ontwikkelpadentraject door Deltares (verschuiving planning) en onderzoek rondom grondwater zijn niet volledig in 2025 uitgevoerd (voordeel € 0,1 miljoen).
  • Vanwege langlopende onderzoeks- en vergunningentrajecten voor een aantal aanpassingen aan het watersysteem verschuiven werkzaamheden en kosten naar 2026 (voordeel € 0,3 miljoen).
  • Door het vervallen van het project vergroten duikers Groeninx van Zoelenlaan komen de gemaakte voorbereidingskosten ten laste van de exploitatie over 2025 (nadeel 0,3 miljoen).

De belangrijkste wijzigingen op de baten zijn:

  • Gemeenten en provincie hebben bijdrages betaald aan waterschap Hollandse Delta voor het herstellen van schades door derden (voordeel € 0,1 miljoen).

De belangrijkste wijzigingen in de reserves zijn:

  • Er is minder onttrokken uit de bestemmingsreserves Baggeren (nadeel € 0,2 miljoen).

Investeringsuitgaven

(bedragen x € 1 mln.)

De realisatie van de investeringen voor het programma Voldoende en Schoon Water is ten opzichte van de begroting uitgekomen op 82% (- € 2,4 miljoen). Ten opzichte van de bijgestelde begroting is deze uitgekomen op 82% (- € 2,4 miljoen).

Vanwege de lange doorlooptijd van vergunningprocedures, het nog niet verkrijgen van een stroomaansluiting en krapte bij de leveranciers, is een aantal werkzaamheden doorgeschoven naar 2026 (- € 2,2 miljoen). Zo was er onvoldoende installatiecapaciteit beschikbaar om de nieuwe energievoorziening voor de zonnestuwen nog in 2025 te realiseren. Ook konden vanwege het ontbreken van de stroomaansluiting een aantal stuwen nog niet worden aangesloten en opgeleverd. Voor de uitvoering van de maatregelen uit de watergebiedsplannen konden we meer gronden verwerven dan verwacht. Verder zijn er binnen de projecten een aantal plussen en minnen als gevolg van opgetreden risico’s of meer uitgevoerde werkzaamheden dan was voorzien. Daardoor zijn dit jaar meer kosten gemaakt (+ € 0,3 miljoen). Verder is een aantal projecten goedkoper uitgevallen dan was geraamd (- € 0,5 miljoen).