Wat hebben we bereikt en wat hebben we gedaan?
In deze paragraaf lichten we toe wat we in 2025 hebben gedaan in het programma Wegen. We werken in dit programma aan vier speerpunten.
Speerpunt 1: We richten wegen en fietspaden duurzaam veilig in, passend bij hun functie in het infrastructuurnetwerk
We hebben in 2025 gewerkt aan het duurzaam veilig inrichten van onze wegen. Dat deden we tegelijk met het onderhoud, op basis van de in 2024 geactualiseerde wegencategorisering. Dit betekent dat de inrichting is getoetst aan de functie van de weg en waar nodig is aangepast. In 2025 is circa 291.000 m2 van het areaal onderhouden en gelijktijdig duurzaam veilig ingericht. Op diverse wegen is meer ruimte voor de fietser gecreëerd. Daarnaast hebben we een aantal extra verkeersveiligheidsopgaven en 2 trajectaanpakken gerealiseerd: Buitenom (fase 1) op het eiland Hoeksche Waard en de Oudelandsedijk op het eiland Goeree-Overflakkee. Trajectaanpakken dragen direct bij aan het vergroten van de verkeersveiligheid, doordat de inrichting in overeenstemming gebracht wordt met de gewijzigde categorisering.
De realisatieovereenkomst voor het Trambaanpad is getekend en de route is momenteel in voorbereiding. Daarnaast hebben we diverse andere trajecten voorbereid voor realisatie in 2026. Ook leverden we bijdragen aan verschillende mobiliteitsplannen van gebiedspartners. Inmiddels voldoet 92% van de wegen aan de inrichtingseisen die horen bij de geldende categorisering.
Speerpunt 2: Met robuuste netwerken voor alle modaliteiten zorgen we voor een goede bereikbaarheid en dragen we bij aan de mobiliteitstransitie
In 2024 zijn het fietsnetwerk en autonetwerk definitief opgeleverd en door het college vastgesteld. Samen met het landbouwnetwerk vormen de 3 netwerken het kader voor de inrichting van onze wegen. Hiermee faciliteren wij de bereikbaarheid en mobiliteitstransitie op een veilige wijze. Op basis van deze netwerken zijn in 2025 diverse projecten uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de fietsschakels Zwartsluisje, Sluisjesdijk, de Kostverlorendijk en de Zuidzijdsedijk in de Hoeksche Waard Zuidwest. Allemaal in nauwe samenwerking met gebiedspartners. Voor het landbouwnetwerk is de Vroonweg bij Middelharnis aangepakt.
Speerpunt 3: We differentiëren het onderhoudsniveau al naar gelang de functie van de weg of het fietspad binnen het infrastructuurnetwerk
De streefwaarde voor 2027 is dat minimaal 90% van ons wegareaal de kwaliteit C heeft of hoger. De kwaliteit van de wegverharding kent niveaus van A+ (wegdek zonder schadebeeld) tot D (wegdek in zeer slechte staat). De globale visuele inspectie die in het voorjaar van 2025 is uitgevoerd, laat zien dat wij voldoen aan deze streefwaarde en daarmee op koers liggen om deze ook in 2027 te behalen. Het totaalbeeld van de kwaliteit van onze wegen op dit moment is: A+ 35%; A 24%; B 33%; C 3%; D 4%; geen oordeel 1%. Deze laatste categorie hangt samen met het feit dat een deel van onze wegen niet verhard is.
Het is belangrijk om op te merken dat het areaal momenteel voor een groot deel uit kwaliteitsniveau B bestaat. Een aanzienlijk deel van de wegen zal de komende jaren verslechteren naar kwaliteit C, waardoor een kortetermijnaanpak noodzakelijk is. Bovendien zijn de kosten voor asfaltonderhoud de afgelopen jaren fors toegenomen en zijn in de praktijk vaak zwaardere onderhoudsmaatregelen nodig dan op basis van de inspectie is voorzien. Wij verwachten dan ook een toename van de onderhoudskosten.
Speerpunt 4: We hanteren duurzaamheid als leidend principe voor het beheer en onderhoud van het wegenareaal
In 2025 is het ecologisch beheer van onze wegbermen voortgezet, waardoor we 60% van de wegbermen ecologisch beheren. Hiermee is de streefwaarde behaald. Deze 60% blijft, vanuit doelmatigheid, ook voor de komende jaren onze doelstelling.
In de bestekken voor onderhouds- en reconstructiewerkzaamheden vanaf 2025 zijn uitgangspunten opgenomen voor het hergebruik van asfalt. Mede hierdoor is in 2025 circa 50% van het asfalt hergebruikt (op basis van toegepast gewicht). Daarnaast hebben we door schoon en emissieloos bouwen de CO2-uitstoot gereduceerd. In zowel regio Oost als West is deze reductie net geen 10% ten opzichte van een traditionele uitvoering. Voor de reductie van broeikasgassen moet nog een prestatie-indicator worden ontwikkeld.