Financiering
Het treasurybeleid voeren we uit binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving. Deze kaders zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), het Waterschapsbesluit, de Verordening Beleids- en Verantwoordingsfunctie, en het intern vastgestelde Treasurystatuut.
Risicobeheer
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bedroeg in 2025 € 61,0 miljoen en is niet overschreden. We hebben in 2025 geen gebruik gemaakt van deze kasgeldlimiet.
Rentegevoeligheid
De leningenportefeuille van waterschap Hollandse Delta is in zeer grote mate ongevoelig voor de renteontwikkelingen. De leningovereenkomsten zijn rentevast en worden gedurende de looptijd volledig afgelost. Een renteherziening tussentijds vindt niet plaats.
Renterisiconorm
De renterisiconorm is 30% van het begrotingstotaal en is in 2025 niet overschreden:
| Berekening renterisiconorm | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|
|
Begrotingstotaal |
245,573 |
265,006 |
|
Percentage regeling |
30% |
30% |
|
Beschikbare renterisiconorm |
73,672 |
79,502 |
|
Renteherzieningen |
- |
- |
|
Aflossingen |
20,656 |
29,690 |
|
Benodigde renterisiconorm |
20,656 |
29.690 |
|
Ruimte onder renterisiconorm |
53,016 |
49,812 |
Financiële risico’s
We beheren onze liquide middelen met aandacht voor rente‑, krediet‑ en liquiditeitsrisico. Koers‑ en valutarisico’s spelen voor ons geen rol, omdat we geen beursgenoteerde aandelen hebben en uitsluitend in eigen valuta werken. Ons renterisicobeheer richt zich op het beperken van schommelingen in toekomstige rentelasten en ‑opbrengsten. Het kredietrisico beperken we met een zorgvuldig invorderingsbeleid. Wanneer betaling uitblijft, dragen we de incasso over aan een deurwaarder. Het liquiditeitsrisico beheersen we door een betrouwbare liquiditeitenplanning en meerjarenbegroting, zodat onverwachte financieringskosten zoveel mogelijk worden voorkomen.
Kasbeheer
Kortlopende leningen trekken we aan in de vorm van een rekening-courantkrediet en kasgeldleningen. Dat doen we bij onze huisbankier, de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB), of bij andere kredietwaardige geldverstrekkers. In 2025 zijn geen kasgeldleningen aangetrokken.
| Berekening kasgeldlimiet | Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 |
|---|---|---|---|---|
|
Begrotingstotaal |
265,006 |
|||
|
Percentage regeling |
23% |
|||
|
Kasgeldlimiet |
60,951 |
|||
|
Gemiddelde vlottende schuld |
59,423 |
94,218 |
75,433 |
48,088 |
|
Gemiddelde vlottende middelen |
87,576 |
280,234 |
185,527 |
118,912 |
|
Netto vlottende schuld |
-28,153 |
-186,015 |
-110,094 |
-70,824 |
|
Kasgeldlimiet |
60,951 |
60,951 |
60,951 |
60,951 |
|
Ruimte onder kasgeldlimiet |
89,104 |
246,966 |
171,045 |
131,775 |
Drempelbedrag schatkistbankieren
Voor 2025 is het drempelbedrag gelijk aan 2% van het begrotingstotaal van € 265,0 miljoen. Dit is € 5,3 miljoen. In de toelichting op de balans per 31 december 2025 wordt onder de
vlottende activa
het verloop gedurende 2025 in beeld gebracht. In dit overzicht is te zien dat de gemiddelde stand in rekening-courant bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) in alle kwartalen onder het drempelbedrag gebleven is. Op 31 december 2025 had waterschap Hollandse Delta een tegoed van € 39,6 miljoen bij de schatkist.
Waterschapsfinanciering
De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt kaders voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De belangrijkste doelstellingen van deze wet zijn:
- het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van decentrale overheden;
- het beheersen van renterisico's;
- het vergroten van transparantie.
Het treasurybeleid van waterschap Hollandse Delta is erop gericht toegang te krijgen en te behouden tot de geld- en kapitaalmarkt. Zo kunnen we, binnen de financiële mogelijkheden van het waterschap, optimale of voldoende toegang verkrijgen dan wel de financieringslasten zoveel mogelijk reduceren. Hierbij moeten we de risico's zo goed mogelijk beheersen. De verantwoording in deze financieringsparagraaf vindt plaats op basis van toetsing van het beleid, zoals dat is opgenomen in de Programmabegroting 2025-2029.
Leningenportefeuille
Er zijn 2 leningen afgesloten op 18 november 2025. Eén van de leningen is aangetrokken bij de Provincie Noord-Brabant. Het betreft een lineaire geldlening met een hoofdsom van € 20 miljoen, een looptijd van 20 jaar en een vaste rente van 3,13%. Deze lening is verstrekt op basis van het in de begroting opgenomen mandaat. Daarnaast hebben we een lineaire geldlening van € 20 miljoen afgesloten bij de Nederlandse Waterschapsbank. De lening heeft een looptijd van 10 jaar en een vaste rente van 2,72%.
In de Verenigde Vergadering van 24 april 2024 is het voorstel van toekomstige investeringsuitgaven 2024-2028 aangenomen. Er is toen besloten een of meerdere geldleningen aan te gaan voor een bedrag van maximaal € 325 miljoen. Daarmee kunnen we langjarig in de financieringsbehoefte voorzien met een vooraf overeengekomen rente. Deze rente mag niet meer bedragen dan het percentage zoals genoemd in de vertrouwelijk bijlage van dit voorstel. In 2024 is voor totaal € 110 miljoen aan langlopende geldleningen afgesloten. In 2025 is er uit dit voorstel een nieuwe lening bij de Nederlands Waterschapsbank van € 20 miljoen afgesloten. Zie bovenstaande lening. In totaal is er nu voor € 130 miljoen aan langlopende leningen afgesloten.
Op 22 juni 2022 heeft de Verenigde Vergadering ingestemd met het aangaan van een geldlening van € 200 miljoen, gestort in jaarlijkse delen over een periode van 10 jaren, om langjarig in de financieringsbehoefte te kunnen voorzien met een vooraf overeengekomen rente. Deze geldlening is afgesloten bij de BNG Bank. De 4e storting van € 20 miljoen met een looptijd van 20 jaar tegen een rentepercentage van 2,317% is ontvangen op 1 oktober 2025.
Rente langlopende leningen en aflossingen
De renteontwikkeling is onzeker en hangt nauw samen met de ontwikkeling van de inflatie. Volgens de meeste experts is de kans het grootst dat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente in de loop van 2026 op een neutraal niveau zal handhaven. De herfinancieringsrente (dit is de rente die banken en financiële instellingen betalen aan de ECB wanneer zij geld opnemen) was eind 2025 2,15% (eind 2024: 3,15%).
Renteschema
In de notitie rente 2017 heeft de commissie Besluit begroting en verantwoording (BBV) geadviseerd het renteschema in de jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
Conform het Waterschapsbesluit rekenen we de rentekosten toe aan de beleidsproducten. Dat doen we met een renteomslag. Het renteomslagpercentage (rekenrente) berekenen we door de begrote rentekosten te delen door de begrote boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het betreffende jaar. Bij de programmabegroting 2025 is het renteomslagpercentage bepaald op 2,52%.
In de notitie rente 2023 van de commissie BBV is aangegeven dat een correctie verplicht is bij een afwijking van meer dan 25% in de daadwekelijke rentelaten ten opzichte van de begrote rentelasten. De herberekening van de verwachte rentelasten per september 2025 liet een afwijking zien die onder deze grens bleef. Een aanpassing van het renteomslagpercentage was daarmee niet noodzakelijk. Toch bleek uit de toerekening op basis van de daadwerkelijke boekwaarde per 1 januari 2025 dat er aanzienlijke verschuivingen ontstonden tussen beleidsproducten. Daarom hebben we ervoor gekozen de rentetoerekening bij de tweede begrotingswijziging 2025 wel te corrigeren. Het renteomslagpercentage voor 2025 is 2,27%.