Kengetallen
Op grond van de verslaggevingsregels nemen we in deze jaarstukken een aantal kengetallen op. Deze geven samen een beeld van de ontwikkeling van de financiële positie de komende jaren.
Weerstandsvermogen
De ontwikkeling van het weerstandsvermogen is te vinden in de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Nettoschuldquote
De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het waterschap ten opzichte van de belastingopbrengst. Dit percentage geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Een hoge nettoschuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het is geval is, valt niet direct af te leiden uit het percentage zelf. Het hangt af van meerdere factoren, zoals de hoogte van de kapitaallastenquote en reservepositie.
De onderstaande tabel geeft de verhouding weer tussen de nettoschuld en de belastingopbrengsten van het waterschap.
De nettoschuldquote is eind 2025 164,4% en is iets hoger dan het percentage eind 2024 (157,6%). Het percentage is iets lager dan eerder gemeld. Dit komt omdat de Unie van Waterschappen bij het berekenen van het percentage rekening houdt met middelen die WSHD heeft uitstaan bij het Rijk. (schatkist). Hierdoor komt het percentage iets lager uit.
EMU-saldo
De onderstaande tabel toont de ontwikkeling van het Europese Monetaire Unie (EMU)-saldo. In deze tabel staat de individuele referentiewaarde die de Unie van Waterschappen adviseert voor het EMU-saldo van waterschap Hollandse Delta.
Het EMU-saldo geeft aan of we in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgeven dan er in een jaar binnenkomt, of dat we geld overhouden. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van het waterschap.
Uit de tabel blijkt dat het EMU-saldo eind 2025 een tekort vertoont. Dit wordt met name veroorzaakt door de investeringen die we hebben gedaan in 2025. Een referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een waterschap in de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden heeft.
Wendbaarheid van de begroting (kapitaallastenquote)
Een wendbare begroting stelt de organisatie in staat om adequaat in te spelen op veranderende omstandigheden, nieuwe beleidsprioriteiten en onverwachte financiële ontwikkelingen. Het vermogen om keuzes bij te sturen en geld flexibel in te zetten, is cruciaal voor een toekomstbestendige financiële huishouding. De kapitaallastenquote biedt inzicht in het aandeel van de kapitaallasten (rente en afschrijving) binnen de totale exploitatie-uitgaven.
Een relatief hoge kapitaallastenquote kan erop wijzen dat er veel geld wordt gebruikt voor investeringen in activa. Een lagere quote kan betekenen dat er minder wordt geïnvesteerd of dat een het beschikbare vermogen efficiënt wordt benut. Deze indicator is relevant voor het beoordelen van de financiële ruimte en het risicoprofiel van de organisatie. De ontwikkeling van de kapitaallastenquote kan een signaal zijn dat het noodzakelijk is om het investeringsbeleid bij te sturen.
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de kapitaallasten als percentage van de totale lasten voor 2025 uitkomen op 14,2 %. De kapitaallastenquote ligt daarmee onder de bestuurlijk afgesproken signaleringwaarde van 25%.
Reserves voor financiering toekomstige investeringen (reservepositie)
De verhouding tussen de reserves en het balanstotaal is een belangrijke indicator voor de financiële weerbaarheid van het waterschap. Een sterke reservepositie vergroot het vermogen om financiële tegenvallers en risico’s op te vangen. Een hogere reservepositie heeft bovendien als voordeel dat het beroep op externe financiering beperkt kan blijven. Hierdoor nemen de rentelasten af en verkleinen we de afhankelijkheid van de kapitaalmarkt.
In het afwegingskader Gezonde financiën WSHD 2025 is afgesproken te streven naar een reservepositie binnen een bandbreedte van minimaal 10% tot 15% van het balanstotaal. Deze norm dient als waarborg voor een gezonde financiële buffer en het opvangen van eventuele tegenvallers. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat eind 2025 de reservepositie uitkomt op 10,5% en binnen de bestuurlijk afgesproken bandbreedte valt. Bij het vaststellen van de jaarstukken vindt ook de bestemming van het resultaat over 2025 plaats. Daarbij voegen we normaal gesproken het positieve resultaat toe aan de verschillende reserves. Dit verhoogt de reservepositie. Bestemming van het resultaat is een bevoegdheid van de Verenigde Vergadering.
Lastendruk
Op basis van de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen en het Waterschapsbesluit Artikel 4.28 wordt een kengetal over de lastendruk opgenomen in de jaarstukken. Wij hanteren hiervoor de gemiddelde lastendruk van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning.
De gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning bedroeg € 506. Hierbij wordt uitgegaan van een WOZ-waarde van € 370.000. Het landelijk gewogen gemiddelde over 2025 bedroeg € 478.
Dit betekent een procentueel verschil van 5,8% en komt grotendeels door het verschil in gebiedskenmerken tussen de waterschappen onderling. Op de website van de Unie van Waterschappen (dashboard Waves ) kunnen meer vergelijkingen gemaakt worden tussen waterschappen, onder meer op het gebied van belastingen.
Beoordeling van de kengetallen
In het afwegingskader Gezonde financiën WSHD 2025 zijn signaleringswaarden voor de verschillende kengetallen vastgesteld. De dalende reservepositie en stijgende kapitaallasten eind 2025 laten een lichte verslechtering zien van de financiële kengetallen. De waarden van de kengetallen blijven binnen de bestuurlijk vastgestelde signaleringwaarden en bandbreedtes.