Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2025 VV - 20260603

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Niet uit balans blijkende verplichtingen

Naast de in de balans opgenomen verplichtingen beschikt het waterschap over diverse niet uit de balans blijkende verplichtingen die relevant zijn voor het inzicht in de financiële positie en risico’s. Deze verplichtingen vloeien voort uit langlopende contractuele afspraken, samenwerkingsverbanden en wettelijke taken. Deze verplichtingen zijn niet als schuld opgenomen in de balans, maar kunnen wel van materieel belang zijn voor het toekomstig financieel beleid en de uitvoering van de taken van het waterschap.

Lening Bank Nederlandse Gemeenten

Op 22 juni 2022 heeft de Verenigde Vergadering ingestemd met het aangaan van een geldlening van € 200 miljoen, gestort in jaarlijkse delen over een periode van 10 jaar, om langjarig in de financieringsbehoefte te kunnen voorzien met een vooraf overeengekomen rente. De lening is afgesloten bij de BNG. De 4e storting van € 20 miljoen met een looptijd van 20 jaar tegen een rentepercentage van 2,317% is ontvangen op 1 oktober 2025. Per 31 december 2025 resteert een nog te ontvangen restant van € 120 miljoen.


Claims en geschillen

WSHD heeft een geschil met een aannemer lopen over verschillende inzichten over de uitvoering van een project. De aannemer heeft een claim ingediend van € 4,0 miljoen exclusief btw te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en proceskosten. WSHD loopt het risico (een deel van) de claim aanvullend aan de aannemer te moeten betalen. Dit risico is voor nu nog niet in te schatten, maar wordt waarschijnlijk in de loop van 2026 bekend

Garantstellingen

  • De Gemeenschappelijke Regeling Slibverwerking 2009 staat garant voor een totaalbedrag aan leningen bij HVC van € 91,4 miljoen (2024 € 86,9 miljoen). Op basis van de aandelenverhouding heeft waterschap Hollandse Delta een borgstelling verleend van 16,25% ofwel € 14,9 miljoen. De totale garantstelling zal de komende jaren afnemen.
  • In de Gemeenschappelijke Regeling van Aquon is in artikel 36 opgenomen dat voor de aan Aquon verstrekte leningen iedere deelnemer jegens betreffende geldgever rechtstreeks aansprakelijk is conform zijn kostenaandeel in Aquon, op basis van de laatst vastgestelde verdeelsleutel. Aquon is voor een totaal bedrag van € 47,7 miljoen aan langlopende leningen aangegaan. Op 31 december 2025 resteert daarvan nog € 42,2 miljoen. Verder beschikt Aquon over een rekening courant met een krediet van € 7,0 miljoen bij de NWB. Volgens de verdeelsleutel van Aquon is het kostenaandeel van het waterschap in de begroting 2026 13,6% (€ 5,7 miljoen).
  • In 2017 heeft de NWB een geldlening verstrekt aan de Unie van Waterschappen ter grootte van € 6,013 miljoen, eind 2025 betrof de verstrekte geldlening nog € 4,09 miljoen. De leden van de Unie van Waterschappen staan garant voor de juiste nakoming van de verplichting tot betaling van al hetgeen de NWB van de Unie van Waterschappen dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel te vorderen heeft of zal hebben. Conform de vastgestelde verdeelsleutel staat WSHD garant voor 5,8% (zijnde € 0,237 miljoen).

Leasecontracten

  • Het vaste bedrag voor wagenpark leasecontracten voor toekomstige jaren op 31 december 2025 is € 4,8 miljoen (2024: € 5,1 miljoen), waarvan de verplichtingen voor 2026 € 1,7 miljoen bedraagt. Afhankelijk van de vervangingen en de nieuwe leasetarieven kan dit bedrag gedurende het jaar wijzigen. De genoemde bedragen zijn exclusief btw, dit komt omdat niet alle leasebedragen met (volledige) btw zijn.
  • In 2024 zijn nieuwe leasecontracten voor video-vergaderschermen afgesloten, voor zowel het hoofdkantoor, het Schap en de buitenlocaties. Per augustus 2025 heeft onder hetzelfde contract een uitbreiding plaatsgevonden met schermen voor de waterschapsregiekamer. De overeenkomst loopt tot oktober 2026. De resterende verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,2 miljoen inclusief btw.
  • Eind 2023 is een nieuw leasecontract voor het discussiesysteem en audiovisuele middelen afgesloten voor de vergaderzaal van de Verenigde Vergadering. Deze overeenkomst eindigt in november 2028. De resterende verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,1 miljoen, waarvan € 0,03 miljoen voor 2026 (kosten inclusief btw).
  • In september 2025 is een leasecontract afgesloten voor 40 portofoons, met een looptijd van 4 jaar tot en met augustus 2029. De resterende verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,07 miljoen, waarvan € 0,02 miljoen het deel voor 2026 betreft (kosten inclusief btw).

Huurcontracten

  • Het waterschap heeft 2 erfpachtcontracten afgesloten voor de Sluisjesdijk. Beide overeenkomsten hebben een looptijd tot 3 december 2058 en betreffen het terrein van Sluisjesdijk. De totale resterende verplichting op 31 december 2025 betreft € 6,0 miljoen. De jaarlijkse canon in 2026 is € 0,1 miljoen waarvan reeds € 0,03 is voldaan in 2025 en zichtbaar is op de post vooruitbetaalde kosten.
  • Per 2021 heeft het waterschap een overeenkomst afgesloten met Joulz Infradiensten BV. voor de huur van 29 transformatoren. In 2023 en 2024 is het contract uitgebreid met een achttal extra transformatoren, in 2025 met nog eens 1 stuk. Het totaal staat nu op 38. De looptijd van overeenkomst betreft 16 jaar, tot en met 2035. De resterende verplichting per 31 december 2025 is € 4,2 miljoen, waarvan € 0,4 miljoen betrekking heeft op 2026 (kosten inclusief BTW).
  • In 2021 heeft het waterschap met Joulz infradiensten BV. een vijfjarige overeenkomst gesloten voor de huur van vermogensschakelaars, met een looptijd van 5 jaar tot en met augustus 2026. De resterende verplichting per 31 december 2025 betreft € 0,02 miljoen inclusief BTW.
  • Het waterschap heeft per oktober 2023 een nieuwe huurovereenkomst afgesloten voor een pand aan de Sluisjesdijk/Eekhoornstraat te Rotterdam, ten behoeve van werkzaamheden project Sluisjesdijk 2.0. De looptijd van deze overeenkomst is 7 jaar. De resterende verplichting per 31 december 2025 is € 1,4 miljoen. Voor 2026 betreft dit € 0,3 miljoen, waarvan reeds € 0,07 is voldaan in 2025 en zichtbaar is op de post vooruitbetaalde kosten. Voor deze huurovereenkomst is een bankgarantie afgegeven van € 0,1 miljoen.
  • Het waterschap heeft in juli 2025 een nieuwe huurovereenkomst getekend voor colocatie datacenter. Deze gaat in per februari 2026 en heeft een looptijd van 3 jaar, tot 31 januari 2029. De verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,2 miljoen, waarvan € 0,04 miljoen het deel voor 2026 betreft (kosten inclusief BTW).
  • De eerder verlengde huurovereenkomst van glasvezellijnen loopt tot juli 2026. De resterende verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,04 miljoen inclusief BTW.
  • De huurovereenkomst betreffende levering en dienstverlening aangaande multifunctionals is wederom met nog één jaar verlengd. De overeenkomst loopt tot en met 31 mei 2026, de resterende verplichting per 31 december 2025 bedraagt € 0,01 miljoen. Een nieuwe overeenkomst voor de periode vanaf juni 2026 wordt in het eerste kwartaal 2026 getekend.

Thuiswerkbudget voor medewerker

In de Cao voor de waterschappen is opgenomen dat iedere medewerker die structureel thuiswerkt, recht heeft op een budget van € 1.000,- om een thuiswerkplek in te richten die voldoet aan een Arbeidsomstandigheden (arbo)-verantwoorde werkplek. Het budget is beschikbaar vanaf 1 april 2025 tot 1 april 2030. Na afloop van deze periode valt het gehele of gedeeltelijke budget wat niet is gebruikt door de werknemer terug aan de werkgever. De totale verplichting op 31 december 2025 betreft € 0,7 miljoen, dit is ten opzichte van 31 december 2024 significant gestegen door de nieuwe toekenning vanaf 1 april 2025.

Contractverplichtingen meerjarige inkoopcontracten

Per 31 december 2025 heeft het waterschap bij diverse partijen lopende contractuele verplichtingen voor de uitvoering van werkzaamheden en de levering van goederen en diensten. De hieruit voortvloeiende meerjarige verplichtingen, voor zover deze niet als schuld in de balans zijn opgenomen, bedragen circa € 69,4 miljoen. Deze verplichtingen hebben onder meer betrekking op onderhoudswerkzaamheden, leveringen en adviesdiensten en kennen in een aantal gevallen een meerjarig karakter. De omvang van deze verplichtingen is bepaald op basis van beschikbare contractinformatie en gerealiseerde bestedingen.